Tutorials, tips en info voor audio, foto en video

Audio-apparaten, instellingen en buffer in MAGIX Music Maker Premium 

Audio-apparaten, instellingen en buffer in MAGIX Music Maker Premium 

In mijn vorige artikel behandelden we thema’s die samen met de audio latency in MAGIX Music Maker kunnen optreden, de symptomen hiervan, waarom ze zich voordoen en hoe je ze het beste voorkomt. Dit keer willen we wat nauwkeuriger kijken hoe de audio-instellingen van Music Makers voor de gebruikelijke toepassingen bij een muziekproductie moeten worden geconfigureerd. Deze concepten kun je overigens ook toepassen op Samplitude Music Studio het volgende grote programma van de Music Maker-reeks. De audio-instellingsdialogen van de twee programma’s zijn verschillend, maar de concepten komen zeer overeen. Bovendien zullen wij ons bezighouden met de software- en hardware-audio-apparaten, inclusief ASIO-apparaten (Audio Stream Input/Output) en hun belang voor zowel de systeemperformance als voor de opnamemogelijkheden.

Gebruikt u een hardware- of software-audio-apparaat?

De meeste kunstenaars, producenten en componisten die van thuis uit werken, met name zij die net met de digitale muziekproductie beginnen, gebruiken waarschijnlijk een thuis-computer zonder extern audio-apparaat. Met andere woorden, je computer gebruikt het ingebouwde audio-apparaat wanneer je met Music Maker begint, zolang je niet een geluidskaart in je computer inbouwt (of een externe geluidskaart aan je laptop aansluit). Om dat in Windows te controleren, klik je op het volumesymbool in het infogedeelte (rechts onder in de hoek naast de tijdsweergave) en open je de mixer waar de beschikbare audio-apparaten worden weergegeven. Realtek bijvoorbeeld geeft een zeer populair audio-apparaat weer (Realtek High Definition Audio), waarvan je waarschijnlijk wel eens gehoord heb omdat het in vele moederborden geïntegreerd is. Als voorbeeld voor een extern audioapparaat gebruik ik mijn eigen M-audio M-track plus apparaat om het gebruik en de configuratie van een op de USB-poort aangesloten ASIO-apparaat te demonstreren. Wanneer je zo’n apparaat van M-audio of een andere fabrikant hebt, is er in het infogedeelte eventueel ook een icoon daarvoor, dat wordt weergegeven wanneer je dit gedeelte uitbreidt (afbeelding 1). Hiermee kun je de samplerate en buffer voor het apparaat instellen, maar deze instellingen kun je alleen wijzigingen voordat je je DAW start of het apparaat voor gebruik wilt selecteren, anders zijn de instellingen grijs.

1

Afbeelding 1 – In het infogedeelte kunnen geluidskaarten en parameters worden gewijzigd. In dit voorbeeld wordt dat met een M-audio geluidskaart verduidelijkt.

 

Welke bufferinstellingen moeten in Music Maker met externe apparaten worden gebruikt?

Voor systemen van de onderste prestatieklasse zou ik als uitgangspunt de standaardwaarden laten staan, voor samplerate 44100 Hz en de buffergrootte op 256 samples. Bij 44,1 kHz worden je projecten in 16-bit-cd-kwaliteit opgenomen en geëxporteerd, terwijl 48 kHz meestal (maar niet altijd) met een 24-bit-productie gecombineerd wordt. Dit is afhankelijk van de gebruikte hard- en software, hoofdzakelijk van de mogelijkheden van de gebruikte DAW en het ASIO-apparaat. Het menselijke oor kan niet onderscheiden tussen 16-bit- en een 24-bit-opname, maar de verschillen zijn door een geluidstechnicus in de golfvormweergave herkenbaar en kunnen belangrijk worden wanneer bij een productie op een fijnere resolutie een grotere modulatie van belang is. Voor de meeste thuiswerkers moet 44.1kHz met 16 bit voldoende zijn, tenzij de mastering-ingenieur het anders wil, en ik zou aanraden vóór een grotere productie met elkaar de doelen en eisen vast te stellen. Het is eenvoudig bij de export van een project uit Music Maker de parameters aan te passen, met de sneltoets shift + W wordt de Wave-exportdialoog geopend. (Afbeelding 2). De meeste platforms die online commerciële werken publiceren, laten bovendien een minimale resolutie van 44,1 kHz met 16 bit voor WAV-bestanden toe en het is volkomen in orde met 48 kHz en 24 bit te produceren en het voltooide project dan met een lage samplerate te exporteren.

2

Afbeelding 2 – Music Maker kan projecten met verschillende samplerates als WAV-bestand exporteren. Zorg er wel voor dat je het project niet normaliseert en geen compressie gebruikt om de dynamiek en geluidskwaliteit te behouden.

Wanneer je WAV-stuurprogramma’s gebruikt, kan Music Maker projecten met 48 kHz en 24 bit exporteren. Normaal gesproken functioneren apparaten zoals deze heel goed binnen het bereik van 128 bis 256 samples, in extreme gevallen ook tot 512 samples.Buiten dit bereik kan het tot vervormingen leiden, extreme latentie of zelfs een totale uitval van de audio-uitvoer. Dit hangt weer van tal van factoren af zoals:

  •  de grootte van het project, het aantal sporen, effecten, objecten of software-instrumenten;
  •  de configuratie van de geluidskaart onder Windows zelf;
  •   de buffergrootten en de samplerate van het project;
  •   het computergebruik, de prestatie van de CPU en het beschikbare geheugen.

Let er op dat bij het gebruik van een externe geluidskaart, de prestatie ook kan dalen, wanneer het apparaat niet direct aangesloten is op de computer, maar indirect via een hub, dat hangt samen met problemen bij het beschikbaar stellen van bronnen (er ontstaat dus latentie) en mogelijke onregelmatigheden in de stroomvoorziening (bv. sommige hubs leveren niet de voor USB vereiste constante 5 volt bedrijfsspanning). Wanneer je een hub moet gebruiken en geen andere keus hebt, gebruik je een hoogwaardige met een adapter, die niet alleen via de USB-poort van stroom wordt voorzien. Bij realtime-audiomonitoring en het gebruik van virtuele instrumenten zorgen optimale instellingen voor een soepele weergave. Het is daarom de moeite waard, met deze instellingen te experimenteren om ze aan te passen op je systeem en eisen. Zoals in mijn laatste artikel over de probleemoplossing met latentie al opgemerkt, kan het meer als een kunst dan een wetenschap worden gezien, alhoewel er wel wetenschap achter zit.

Een algemene vuistregel luidt: voor een reductie van de realtime-latentie houdt u het bufferaantal zo laag mogelijk. Het bufferaantal zo laag mogelijk houden helpt de latentie zo laag mogelijk te houden en de realtimeverhouding te verbeteren, maar het kan ook de CPU zeer belasten. Wanneer nodig, verhoog je de meersporenbuffer in Music Maker met telkens 1 terwijl je de buffergrootte op de standaard ingestelde waarde van 256 of 128 laat. Indien nodig verhoog je het bufferaantal met telkens 1 tot kleine kraakjes en vervormingen optreden.

Welke bufferinstellingen moeten in Music Maker in de dialoog audio/MIDI worden ingesteld?

De instelling van de buffer is het meest verwarrende aspect voor elke beginner met elke DAW en dat is bij Music Maker niet anders. Met de knop P kom je bij de programma-instellingen van Music Maker, dan ga je naar de audio-instellingen door de tab audio/MIDI te selecteren. (Afbeelding 3) In de dialoog kun je een software- of hardware-audio-apparaat selecteren en voordat wij standaard instellingen toelichten, kort wat uitleg bij de beschikbare opties. De volgorde van de presentaties komt overeen met de volgorde waarin wij de selectie van opties aanraden.

  • ASIO-stuurprogramma: het bedrijf Steinberg heeft de ASIO-technologie uitgevonden, samen met VST (Virtual Studio Technologie), waarmee het gebruik van virtuele instrumenten mogelijk wordt gemaakt. Met deze optie kun je dan verder kiezen tussen een software-simulatie van een apparaat met weinig latentie of een echt hardeware-ASIO-apparaat. Als voorbeeld voor het software-stuurprogramma is in dit artikel het MAGIX Low Latency 2016 stuurprogramma gekozen evenals het M-track Quad ASIO-stuurprogramma voor het aangesloten M-track ASIO-apparaat. Hardware-apparaten vormen de eerste keuze terwijl de software-emulatie slechts een vervangende optie moet zijn.
  •   WASAPI-stuurprogramma: WASAPI betekent Windows Audio Session API en is een nieuw uitdagend Wave-stuurprogrammamodel, was echter eigenlijk als professionele vervanging van het Windows Driver Model (WDM) bedoeld vanwege zijn vermogen systeembronnen exclusief te beheren. Wanneer andere methoden in je systeem niet functioneren heeft WASAPI een paar voordelen zoals het beheer van exclusieve toegangsrechten tot belangrijke systeembronnen en het stuurprogramma kan een goede vervanging van ASIO-stuurprogramma’s zijn, mochten deze op je systeem niet werken. Bovendien werken de WASAPI-stuurprogramma’s ook met ingebouwde geluidskaarten of zelfs externe audio-apparaten.
  •  Wave-stuurprogramma’s: Wave-stuurprogramma’s worden door Windows als uitvoermethode gebruikt en zijn bijzonder geschikt voor het renderen van zeer CPU-intensieve projecten, bijvoorbeeld met veel MIDI-sporen. Wanneer het bij de ASIO-uitvoer bij grotere projecten krap wordt en een wijziging van de bufferinstellingen geen verbetering veroorzaakt, wanneer je geen hardware-apparaat met het juiste ASIO-stuurprogramma hebt en het MAGIX Low Latency 2016 stuurprogramma ook niet functioneert, kan deze optie het beste zijn. Wanneer je Wave-stuurprogramma’s gebruikt moet het project voor het renderen eerst in de buffer worden geladen, omdat de meerspoorbuffergrootte eventueel tot 32768 samples wordt verhoogt en bovendien wordt het bufferaantal verhoogd. Denk er aan dat alle ongebruikte samples die je tijdelijk aan het einde van je stuk zou kunnen hebben verplaatst te verwijderen, anders worden ze ook gerenderd. En: sla je project op voordat je het met het Wave-stuurprogramma rendert, ik heb Music Maker bij het renderen plotseling zien crashen wanneer de bufferinstellingen zo slecht waren ingesteld, dat de CPU overbelast werd. Sla altijd je project op!
  •  Direct Sound: deze methode gebruikt de DirectSound-componenten van Microsofts DirectX en is nu een software-emulatie, die door WASAPI wordt aangestuurd. Volgens Creative en Microsoft is DirectSound alleen nog een geëmuleerde audio-uitvoer om compatibel met Microsoft-besturingssysteemfuncties te blijven. Wanneer alles verder misgaat bij het afspelen en renderen, moet DirectSound altijd functioneren, in ieder geval met zeer verhoogde latentie.

3

Afbeelding 3- In de linkerkolom zijn er veel mogelijke opties, maar de juiste keuze is subjectief en afhankelijk van de systeemhardware, systeemsoftware en complexiteit van het project. Experimenteer met de aangeboden opties om de voor u beste optie te vinden.

Aantal buffers is het aantal momenteel gebruikte buffers. Stel buffer voor als een stukje waarin de audiogegevens worden opgedeeld en elke buffer bevat een stukje dat dan bij de uitvoer weer wordt samengesteld. Een buffer geeft het systeem de mogelijkheid audiogegevens op tijd te lezen, om gekraak en vervormingen en andere storingen bij de audioweergave te voorkomen. Afhankelijk van het gebruikte audiostuurprogramma heb je meer of minder speelruimte om dit bufferaantal te verhogen of te reduceren, afhankelijk van de omstandigheden van het gebruikte stuurprogrammamodel.

Grootte meerspoor is de hoofdbuffer die wanneer nodig moet worden gewijzigd, waarbij een zo klein mogelijke waarde moet worden gekozen. Als je een op hardware gebaseerd ASIO-apparaat gebruikt, vergeet niet om de ASIO-buffer voor het begin op 128 of 256 samples in te stellen.

De laatste optie, preview-buffer, is gerelateerd aan de buffers die je nodig hebt voor het bekijken van MAGIX Soundpools wanneer de loops worden afgespeeld wanneer erop geklikt wordt, om de gebruiker de keuze te vereenvoudigen, sommige zijn samples, terwijl anderen een combinatie zijn van MIDI-data en instrumenten. De buffer kan in het begin klein worden ingesteld, 4096 of 2048 samples en eventueel worden verhoogd, afhankelijk van het aantal gebruikte samples en de systeemprestatie.

Hoe gaat het nu verder?

Zoals je kon zien, zijn er een heleboel stuurprogramma- en audioconcepten te bedenken, niet alleen bij het configureren van audio, maar ook bij het aanpassen van deze instellingen als het project groeit. Om die reden configureer ik al mijn MAGIX-based audio-workstations voor klanten, want als je denkt dat dit verwarrend is, heb je gelijk. Het is altijd goed om een basisinstelling voor je specifieke systeem te hebben, die je begrijpt en waarnaar je altijd kunt terugkeren. Naarmate je project groeit en steeds complexer wordt, kan het nodig zijn om dit te veranderen en je moet niet bang zijn dit te doen. Overigens gebruikt Music Maker als preset twee CPU-cores, terwijl Samplitude Music Studio meerdere cores ondersteunt. Ik vermeld dit extra om je eraan te herinneren dat Music Maker een beginner-DAW is, en hoewel zeer flexibel en krachtig, zul je op een bepaald punt je grenzen bereiken waar je ofwel een snellere processor of een ASIO-geluidskaart nodig hebt – een upgrade naar Samplitude Music Studio. Gelukkig kunnen projecten worden geïmporteerd in Music Studio en kunnen alle soundpools en Vita-instrumenten verder worden gebruikt. Ik gebruik zowel Music Maker als Music Studio, het ene programma vult het andere aan. Met het ene kan ik muzikaal schetsen en met het andere wordt het project een echte productie.In de komende artikelen richt ik me op andere instellingen, functies en productietechnieken in beide programma’s, Music Maker en Music Studio

Als je nog geen DAW-software voor de uitvoering van je muzikale ideeën hebt, download dan de software Testversie! Met deze tips hier, haal je het beste uit Music Maker!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *