Tutorials, tips en info voor audio, foto en video

Videomontage: alle belangrijke technieken in een overzicht

Videomontage: alle belangrijke technieken in een overzicht

Welkom in klein-Hollywood, onze weg naar de plek waar dromen uitkomen.
In het volgende artikel leggen wij je de basiskennis en uitgebreide kennis uit rond het thema videomontage. Daarbij gaan we in het bijzonder in op de vraag, hoe je überhaupt uit ruw materiaal indrukwekkende filmscènes kunt samenstellen.

Alles wat je nodig hebt om je footage klaar te maken voor Hollywood. Een videomontageprogramma zoals Video deluxe en een paar creatieve ideeën.

Takes

Het begrip take wordt veelzijdig gebruikt. Er kunnen shots worden bedoeld die een motief vanuit verschillende perspectieven tonen, maar ook shots die zich alleen in details (bv. met betrekking tot het licht en de achtergrondelementen) van elkaar onderscheiden.
Takes zijn in ieder geval varianten van shots en bieden later bij de montage meerdere mogelijkheden wat natuurlijk in principe goed en aan te raden is. Bij het naderhand bekijken van het materiaal moet echter het toewijzen van takes en shots of scènes niet door elkaar komen, dat betekent het moet duidelijk zijn wat als blijvende take van een shot en wat als nieuw shot bedoeld is. Daarvoor kun je filmklappers gebruiken.
Neem dus je motief van veel kanten op en met verschillende shots. Maak het beste meerdere opnames wanneer dat mogelijk is en kies later uit het verschillende materiaal.

Van shots tot scènes en sequenties

Bij de montage bouw je het organigram van de film als het ware van onder naar boven op: je monteert de shots uit het ruwe materiaal en zet ze montage- en stapsgewijs tot scènes in elkaar. Montage is de overgang tussen twee shots.
De volgende categorie boven het shot is de scène. De scène is een afsnede in de film, meestal een samenhangend ruimte-tijdcontinuüm, dat echter niet zonder onderbrekingen hoeft te worden getoond. Een scène is meestal opgebouwd uit meerdere shots.
Wanneer je bijvoorbeeld een dialoog toont, dan stel je normaal gesproken meerdere shots bij elkaar die soms de spreker soms de luisteraar soms beide tonen, terwijl het geluidsspoor doorloopt. Het geheel samen zorgt dan voor een dialoogscène.
Een scènewisseling markeert een nieuwe sectie. De overgang van het laatste shot van de actuele scène naar het eerste shot van de volgende is meestal anders – namelijk duidelijker – als tussen de shots van dezelfde scène.

In het volgende gaat het er om hoe je uit de bijna oneindig vele mogelijkheden shots samen te stellen, de juiste kiest.”Juist” betekent hier twee dingen: aan de ene kant zo te monteren in overeenstemming met waarnemingsgewoontes en verwachtingspatronen van de meeste toeschouwers. Dat er dus een film ontstaat die begrepen en gewaardeerd wordt. Aan de andere kant kun je ook monteren in overeenstemming met je gevoel en intentie. Dan is de montage een gereedschap van de filmtaal die beslist welke uitspraken jouw scènes laten zien. En als regisseur ben jij diegene die spreekt en jij bepaalt wat er gezegd wordt.

Montagepunten en overgangen

Montage veroorzaakt altijd een tijdsprong, locatie- of perspectiefwisseling. De continuïteit van het filmverhaal wordt doorbroken.Maar er zijn technieken om deze montage voor de toeschouwer vrijwel ongemerkt te laten plaatsvinden. Dit principe noemt men ‘onzichtbare montage’ (‘continuity editing’).
De onzichtbare montage is uiteraard niet letterlijk onzichtbaar, maar mag door de kijker niet bewust worden waargenomen, waardoor de indruk van een ononderbroken verhaal ontstaat.
Het gaat er aan de ene kant om de juiste montagepunten te vinden, dat betekent de uitsnedes van het materiaal te bepalen die moeten worden gebruikt. Start- en eindpunt moeten voor elk shot afzonderlijk worden bepaald. Anderzijds gaat het ook om de overgangen tussen twee shots: waar houdt het eerste op, waar sluit het tweede shot aan?
Overgangen voeren een shot naar de volgende en produceren daardoor narratieve contexten, verwachtingen en spanning. De vraag, waar een shot moet worden gemonteerd, heeft betrekking op het volgende shot.
De vraag hoe lang een shot idealiter zou zijn, kan worden beantwoord indien de duur van eerdere en latere shots bekend zijn.
Door het op elkaar afstemmen van de lengte, produceer je een filmisch ritme waarmee je de actie kunt dramatiseren of ontspannen. Het komt dus in het kort neer op de samenhang. Maar we willen je niet alleen zo’n vaag antwoord geven. Er zijn meer gedetailleerde antwoorden die zijn ontstaan tijdens de filmgeschiedenis.
Onder montagevaklieden wordt fel gediscussieerd of dit nu algemeen geldende wetten of aanbevelingen, of zelfs totalitaire pretenties zijn. Met deze discussie hoeven we ons nu niet meer bezig te houden. De “klassieke” montageprincipes zijn de resultaten van jarenlang werk van professionele cutters en hun kennis kan de eigen technologie alleen maar verrijken. Op welke punten moet een shot worden gemonteerd? Wij beperken ons tot de twee belangrijkste uitgangspunten:

Bewegingsmontage: het eerste principe zou zijn om in een scène altijd in de beweging te knippen. Dus als je bijvoorbeeld een close-up en en een groot shot hebt gemaakt, iemand brengt een glas naar zijn mond en drinkt, monteer je de beeldwisseling in het midden van de beweging, terwijl de arm wordt opgetild.
Betekenis van dit principe is om de montage zo onopvallend mogelijk te houden.Tijdens het bewegen herkent de kijker reeds het doel van de beweging en kan het einde inschatten. De kijker wordt voorbereid op de verbindingsshots; hij weet nu al dat het glas on het einde de mond zal bereiken. Het herkent de handeling. Indien vervolgens in de beweging gesneden wordt, valt hem het volgende beeld minder op dan wanneer de beweging volledig wordt uitgevoerd en met de montage een nieuwe, onbekende handeling begint.

Geen loze beelden: scènes moet worden geknipt voordat de acteurs uit het beeld zijn verdwenen, en de scène verlaten achterblijft. Tenzij er een speciale reden is. Voor overgangen tussen scènes en sequenties kan een leeg scènebeeld – daarentegen – juist worden geplaatst om de spanning te laten afnemen. Maar binnen een scène moet legen beelden worden vermeden.

Beide principes zijn in principe varianten van hetzelfde principe: scènes moeten als een uniforme verhaallijn worden behandeld en een leeg scènebeeld of een voltooide beweging duiden op een einde van de verhaallijn.

Tot zover de knippunten, en nu door naar de montage. Op welke manier moeten de shots achtereenvolgens worden gesneden? Ook hier zijn er klassieke oplossingen.

Montage/tegenmontage

Montage/tegenmontage is het meestgebruikte, eenvoudigste en tegelijkertijd meest effectieve montageprincipe dat je overal aantreft in film en televisie.
Denk aan iemand die op straat staat en een huis binnen wil gaan.Hij nadert de huisdeur en doet open. Bij binnenkomst wordt geknipt; als tegenmontage verschijnt een binnenopname vanuit de gang, hoe dezelfde man de voordoet opendoet en de gang binnenkomt, zijn jas uittrekt en op de kapstok hangt. Wanneer deze twee shots samen worden gemonteerd, ontstaat er een natuurlijke volgorde van handelingen waarin niemand er aan twijfelt dat de hal waar de man zijn jas uit doet, precies dezelfde hal is als achter de voordeur, die de man in de opname van de buitenkant heeft geopend. Hoewel het in werkelijkheid vaak twijfelachtig is.
videoschnitttechniken-1

Of denk aan een dialoog in een film: je kunt zien en luisteren naar een acteur die in close-up spreekt en terwijl hij spreekt wordt plotseling het gezicht van een luisteraar gemonteerd. Eigenlijk zie je dus iets heel anders, wat helemaal niet overeenkomt met wat er te horen is op de soundtrack, namelijk een onbewogen gezicht. De aandacht van de kijker (en zijn herinnering aan het vorige shot) maakt van het nieuwe, stille gezicht de luisteraar van de spreker. Zonder montage zou de opname van de luisteraar slechts een gezicht zijn. Als tegenmontage in een dialoog wordt dit gezicht een luisteraar waarvan het gelaat een filmische betekenis krijgt. Misschien toont het uitdrukkingsloze gezicht in deze context zelfs een specifieke reactie: aandacht, scepticisme, misschien afwijzing…
Inzicht in het hele filmplot wordt met elke knip uit de montage van zulke betekenisvolle minisequenties gecreëerd. De gemonteerde scènes worden door de kijker automatisch in een filmische context geplaatst. Naast montage/tegenmontage zijn er nog vele andere montagetechnieken die gedeeltelijk kunnen worden geïnterpreteerd als varianten van de montage/tegenmontagetechniek.

Andere montagetechnieken

De montagetechnieken hebben meestal de taak de onsamenhangende beeldspraak van individuele shots in een narratieve context te brengen:

Causale montage: de aan elkaar gemonteerde montages zijn hier oorzakelijk (causaal) van elkaar afhankelijk. Zonder het eerste shot zou het tweede niet te begrijpen zijn. Voorbeelden: een man heeft ruzie en verlaat in het eerste shot met knallende deur de kamer. Of iemand plaatst een revolver en schiet en in het volgende shot valt iemand dood om.

Parallelle interface: twee acties worden parallel weergegeven; tussen de handelingen wordt heen en weer gemonteerd. Met stapsgewijs inkorten van scènes kan de spanning tot een hoogtepunt worden opgebouwd.Bv. een vliegtuigpassagier die converseert met zijn medepassagiers, en als tweede verhaallijn een familie die naar de luchthaven rijdt. Beide sequenties worden uitgerekt getoond en worden afwisselend in elkaar gemonteerd. Als je de tijd tussen de parallelle montages verkort, verhoog je de spanning.

Associatieve montage: door het rangschikken van scènes kan bij de kijker een bepaald verband worden opgeroepen. De bijbehorende uitspraak wordt niet direct gezegd of getoond. Voorbeeld: een man doet mee aan de loterij en bekijkt in het volgende shot dure auto’s bij een autodealer.

Vervangingsmontage: gebeurtenissen die niet kunnen of moeten worden weergegeven, worden vervangen door beeldequivalenten. Voorbeelden: een kind is geboren, maar in plaats van de pijnlijke geboorte in het ziekenhuis wordt de bloei van een bloemknop getoond. Of een liefdespaar wentelt zich in bed, en als vervangingsmontage wordt knallend vuurwerk getoond.

Contrastmontage: opvallend verschillende shots worden met contrastmontage aan elkaar gemonteerd, bv. om de aandacht van de kijker naar een tegenstrijdigheid te sturen. Bijvoorbeeld: een toerist ligt op het strand, in het volgende shot worden bedelaars getoond. De contrastmontage wordt vaak ook gebruikt na een lange, rustige scène om ingeslapen publiek weer te wekken en te laten zien dat nu de eigenlijke handeling verder gaat. Denk aan een acteur die lang nadenkend naar een foto kijkt en in het volgende beeld dendert dan plotseling een trein luid een treinstation binnen.

Formele montage: hierbij worden shots samen gemonteerd omdat ze een formeel aspect gemeen hebben, bijvoorbeeld dezelfde beeldinhoud, kleuren, vormen of bewegingen (rode broek en rode roos, voetbal en de wereld, vallend raam en een dalende veer). De meest bekende formele montage moet de openingsscène van Stanley Kubricks film ‘2001: A Space Odyssey’ zijn, waarin een mensaap een bot in de lucht gooit en in het volgende shot een satelliet in een baan dezelfde beweging naadloos overneemt, hoewel vier miljoen jaar verstreken zijn. Hier kunt u ook het beduidende effect van de montage zien: de twee gemonteerde shots hebben in eerste instantie alleen een beweging gemeen. Met de montage wordt echter het zoeken naar een verdere samenhang in gang gezet, bijvoorbeeld de stelling dat met het gooien van de botten de wording van de mens is begonnen die tot in de satelliettijd doorzet.

Akoestische montage: Ook dit ken je vast wel: iemand zit ‘s avonds aan tafel rustig een boek te lezen en plotseling zijn hectische stemmen en rinkelende telefoons te horen. En net voordat je je afvraag wat dit te betekenen heeft, is er een cut, en je krijgt een heel andere scène te zien bijvoorbeeld het hoofdbureau van de politie. Deze montagetechniek heet ‘akoestische montage’. Deze kan ook worden geproduceerd door het naar voren halen van de soundtrack, dat wil zeggen dat de filmmuziek al begint voordat de betreffende scène begonnen is. Daarbij worden geluid- en beeldspoor asynchroon geknipt.

Jump Cut: ten slotte nog een montagetechniek die in tegenstelling tot alle eerder genoemde technieken het doel heeft de continuïteit van het filmverhaal te onderbreken. De Jump Cut moet irritatie veroorzaken; hij vestigt de aandacht van de kijker op zichzelf.Het kan op verschillende manieren, maar verzekert altijd dat de montage als een sprong wordt waargenomen. Jump Cuts worden beschouwd als modern en worden nu overal gebruikt, bijvoorbeeld ook in persoonlijke portretten wanneer een interview door abrupte beeldwisseling geknipt wordt getoond.

Dramatische as of 180-gradenregel?

Als je een film van een persoon ziet, die van links naar rechts door het beeld beweegt en vervolgens in het volgende shot, plotseling van rechts naar links, ben je meestal een slachtoffer van een assprong geworden. Je bent geïrriteerd en weet niet waar deze persoon echt naartoe wil gaan.
Die as waar je niet overheen mag komen, heet de dramatische as. Het is een denkbeeldige hulplijn waaraan de actie geörienteerd wordt en de getoonde ruimte in twee helften verdeeld. Aan de kant van de camera is er een halve cirkel die aan de ene kant door de camera en aan de andere kant door het filmverhaal wordt gedefinieerd. Vanwege de 180-gradenhoek van deze halve cirkel, heet deze regel de 180-gradenregel. De halve cirkel van 180-graden zorgt – net als de gezichtshoek of een podium – voor de ruimtelijke oriëntatie van de kijker.
Grafik-Videoschnitttechniken_nl

De 180-gradenregel bepaalt nu dat alleen de shots achter elkaar mogen worden geknipt die binnen deze halve cirkel zijn gemaakt.
Een voorbeeld: twee acteurs zijn verwikkeld in een dialoog en kijken elkaar recht in de ogen. De dramatische as is in dit geval de kijkrichting. De camera kan nu de twee acteurs frontaal in profiel tonen, schuin van voren of in extreme gevallen tot de dramatische as bewegen, zodat je de acteur over zijn schouders kijkt en de ander van voren laat zien. (Dit is het zogenaamde ‘over-the-shoulder shot’ en is erg populair want het combineert het perspectief van de acteur met het externe perspectief.)
Al deze shots kunnen gemakkelijk achter elkaar worden geknipt. Op het moment echter dat de camera de dramatische as overschrijdt, worden de gesprekspartners in het beeld verwisseld. De acteur, die voorheen links in beeld was, verschijnt nu rechts in beeld. Het resultaat is een assprong.
Assprongen zijn problemen die zich pas voordoen bij de montage. Als de dramatische as in een ongemonteerd shot overschreden wordt, ontstaat er geen assprong, maar een onproblematische aswisseling, waarbij de kijkers zich aan de hand van het beeldcontinuüm kunnen oriënteren.
Dramatische assen ontstaan met name door de loop- en kijkrichtingen van de acteur. Nieuwe dramatische assen kunnen worden vastgesteld wanneer acteurs plotseling ergens anders naar kijken, zich omdraaien of op iets nieuws aflopen of wanneer iets nieuws van buitenaf in beeld komt. Dan kan ook de buiten het oorspronkelijke 180-gradenbereik worden geknipt, omdat de oriëntatie van de kijker en daarmee de dramatische as veranderd is.

Overgangen

Ten slotte nog de vraag naar de vorm. Moeten de overgangen liever glad of liever kort en pijnloos verlopen?
Overgangen geven aan hoe twee shots met elkaar verbonden zijn.De ‘hard cut’ in de film is de regel; hij vormt eigenlijk de afwezigheid van een overgang en verbindt twee shots zonder franjes, zonder montage-effect, kort en pijnloos.
Daarnaast zie je bij scèneovergangen ook fades (crossfades) en zachte fade-ins en fade-outs. Bij een overgang gaat het beeld van de vorige scène geleidelijk over in de volgende scène.
Bij slideshows zijn de overgangen de regel, want er worden stilstaande beelden getoond. De overgang dient er hier voor, de komende beeldsprong aan te kondigen en te verzachten.
Bij de film gaat het er daarentegen gewoonlijk om een continuüm weer te geven en daarom de beeldovergangen binnen een scène zo onopvallend mogelijk te houden. Overgangen in de film bereiden de kijker daarentegen er op voor dat er een scènewisseling aankomt. Ze sturen de aandacht van de continuïteit naar een verandering.
Een nog sterkere cut, produceert de fade-out. Hier wordt op het einde van een scène het beeld verduisterd en kort een zwart scherm getoond. Pas dan begint de volgende scène – meestal met een fade-in. De fade-out zorgt ervoor dat de kijker een korte pauze krijgt en zich opnieuw kan concentreren. Het is vergelijkbaar met het langer sluiten van de ogen, een hoofdstukwissel in een boek of een sluitend gordijn in theater. Daarom markeert de fade-out meestal het einde van een volledige reeks van gerelateerde scènes: een sequentie.
Er zijn natuurlijk ook andere, soms zeer effectieve overgangen, die je af en toe ziet in films. Soms vliegt het beeld van de slotscène wild draaiend weg of wordt als in een tunnel langzaam van de kijker onttrokken. Maar wees voorzichtig met dergelijke overgangseffecten – zij leiden de kijkers van de film van het filmverhaal af.

Als montagetafel dient ook in Hollywood al decennia de computer. Het is veel efficiënter en gemakkelijker met de muis virtuele scènes op het beeldscherm te verschuiven, dan echte filmrollen met schaar te knippen en opnieuw aan elkaar te plakken. Met Movie Edit Pro krijg je de perfecte videobewerkingssoftware om je videoprojecten perfect om te zetten. Probeer dus het programma Testversies uit.

Auteur

De nieuwe MAGIX-medewerker maakt sinds begin 2016 deel uit van het marketingteam in het socialmedia-gedeelte. Naast de sociale media vind je Duc ook in de bioscoop, op pad met vrienden, achter de computer of op het sportveld.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *